Wanneer een operatie?
Wanneer rust, therapie en injecties onvoldoende verlichting geven, is een operatie de volgende stap. In Nederland zijn er twee gangbare opties: een trapeziëctomie of een moderne duimprothese.
Wanneer komt een operatie in beeld?
Een operatie wordt overwogen wanneer u structureel veel pijn heeft, ondanks behandeling met spalk, handtherapie en/of een injectie en wanneer uw dagelijks leven of werk daardoor merkbaar beperkt is. De beslissing om te opereren neemt u in samenspraak met uw handchirurg.
Optie A: Trapeziëctomie
Bij een trapeziëctomie verwijdert de chirurg het versleten handwortelbeentje (het trapezium). Het lichaam vult de lege ruimte in de loop van enkele weken op met sterk littekenweefsel. Soms maakt de chirurg daarnaast een kleine "stabilisatie" met een pees (bijvoorbeeld de LRTI-techniek) voor extra stevigheid.
- Voordelen: beproefde techniek, geen implantaat in de hand.
- Nadelen: de duim wordt iets korter, herstel duurt meestal 8 tot 12 weken, knijpkracht ligt vaak iets lager dan vóór de operatie. Een nieuwe operatie bij blijvende klachten is vaak moeilijk.
Optie B: Duimbasisprothese (MAÏA)
Bij een duimprothese vervangt de chirurg het versleten gewricht door een klein kunstgewricht, vergelijkbaar met een mini-heupprothese. De moderne MAÏA-prothese van Lépine is een dual-mobility-prothese: een klein kogeltje in een gladde kom, met daarbinnen een tweede gewricht. Dit maakt de prothese stabiel én beweeglijk, met heel weinig wrijving.
- Voordelen: sneller herstel (vaak weer licht actief na 6 weken), behoud van knijpkracht en duimlengte.
- Nadelen: implantaat in de hand, complicaties zoals dislocatie of loslating zijn mogelijk (minder dan 10%).
De twee opties op een rij
| Optie A MAÏA-duimprothese | Optie B Trapeziëctomie | |
|---|---|---|
| Hersteltijd | Ongeveer 6 weken tot lichte activiteit | 8 tot 12 weken tot lichte activiteit |
| Knijpkracht na herstel | Vrijwel volledig behoud | Vaak iets minder dan vóór de operatie |
| Pijnverlichting | Snel en goed | Goed, maar bouwt langzamer op |
| Lengte van de duim | Behouden | De duim wordt iets korter |
| Duurzaamheid | Implantaatoverleving: 88% nog in functie na 12 jaar (ODEP 7A) | Geen implantaat, dus geen slijtage |
| Mogelijke complicaties | Loslating of dislocatie (minder dan 10%) | Subsidence (inzakken), littekenpijn |
| Te overwegen bij | Actieve patiënten, behoud van kracht belangrijk | Lichtere belasting, eenvoudigere techniek |
Bronnen: Chiche e.a. (2023), Toffoli e.a. (2024) en de systematische review van Holme e.a. (2021). Welke optie het beste bij u past, bespreekt u met uw handchirurg.
Wat als de eerste operatie niet helpt?
In zeldzame gevallen geeft een eerste operatie onvoldoende resultaat of ontstaat er een complicatie. Een prothese kan altijd worden omgezet naar een trapeziëctomie. Andersom is veel moeilijker; dat is iets om vooraf met uw chirurg te bespreken.