MAÏA-duimprothese · Lépine

Een modern kunstgewricht voor uw duim

De MAÏA-prothese vervangt het versleten duimbasisgewricht door een klein kunstgewricht. Behoud van knijpkracht en duimlengte, sneller herstel dan een trapeziëctomie en bewezen langetermijnresultaat (ODEP 7A).

De MAÏA-duimprothese van Lépine, close-up van het kunstgewricht.

Wat is de MAÏA-prothese?

De MAÏA-prothese (uitgesproken als maja) is een kleine, anatomisch gevormde duimbasisprothese ontwikkeld door de Franse fabrikant Lépine. Het is een dual-mobility-prothese, wat betekent dat er twee bewegende oppervlakken in zitten: een klein bolletje dat in een ietwat groter polyethyleen kommetje draait, dat op zijn beurt in een metalen "kom" beweegt. Daardoor combineert de prothese veel beweeglijkheid met grote stabiliteit, vergelijkbaar met een mini-heupprothese.

De drie onderdelen van de MAÏA-prothese: 1 cup, 2 nek en kop, 3 steel. 1 Cup de kom, verankerd in het trapezium 2 Nek + kop het beweeglijke scharnier (dual-mobility) 3 Steel verankerd in het middenhandsbeentje
De drie onderdelen van de MAÏA-prothese: 1 cup, 2 nek en kop, 3 steel.

Hoe ziet de operatie eruit?

De korte animatie hieronder toont in begrijpelijke beelden hoe de MAÏA-prothese geplaatst wordt:

Animatie: plaatsing van de MAÏA-duimprothese.

Het eindresultaat op de röntgenfoto

Hieronder ziet u een röntgenfoto van een duim na plaatsing van de MAÏA-prothese. De kleine, anatomisch gevormde componenten vervangen het versleten gewricht zonder dat de duim ingekort hoeft te worden. Anders dan bij een trapeziëctomie blijft de oorspronkelijke duimlengte behouden.

Röntgenfoto van een hand met een geplaatste MAÏA-duimprothese: de prothese is zichtbaar als witte componenten op de plek van het oude duimbasisgewricht.
Röntgenfoto na plaatsing: de MAÏA-prothese (witte componenten) op de plek van het versleten duimbasisgewricht.

Voordelen ten opzichte van trapeziëctomie

Een moderne duimprothese heeft een aantal duidelijke voordelen vergeleken met de klassieke trapeziëctomie. Recente vergelijkende studies, onder andere het onderzoek van Seaourt en collega's (2021) met een follow-up van negen jaar, laten dit consistent zien:

Optie A MAÏA-duimprothese Optie B Trapeziëctomie
Hersteltijd Ongeveer 6 weken tot lichte activiteit 8 tot 12 weken tot lichte activiteit
Knijpkracht na herstel Vrijwel volledig behoud Vaak iets minder dan vóór de operatie
Pijnverlichting Snel en goed Goed, maar bouwt langzamer op
Lengte van de duim Behouden De duim wordt iets korter
Duurzaamheid Implantaatoverleving: 88% nog in functie na 12 jaar (ODEP 7A) Geen implantaat, dus geen slijtage
Mogelijke complicaties Loslating of dislocatie (minder dan 10%) Sub­sidence (inzakken), littekenpijn
Te overwegen bij Actieve patiënten, behoud van kracht belangrijk Lichtere belasting, eenvoudigere techniek

Bronnen: Chiche e.a. (2023), Toffoli e.a. (2024) en de systematische review van Holme e.a. (2021). Welke optie het beste bij u past, bespreekt u met uw handchirurg.

ODEP 7A: wat betekent dat?

ODEP 7A-classificatie keurmerk voor de MAÏA-duimprothese.

ODEP staat voor Orthopaedic Data Evaluation Panel: een Britse instantie die orthopedische implantaten beoordeelt op langetermijnresultaten op basis van geanonimiseerde registerdata. Een classificatie werkt als volgt:

  • Het cijfer staat voor het aantal jaren dat het implantaat bewezen meegaat (3, 5, 7, 10 …).
  • De letter staat voor het bewijsniveau: A is het hoogste (groot aantal patiënten, betrouwbaar onderzoek), B en C zijn lager.

De MAÏA-prothese heeft de classificatie 7A: zeven jaar aantoonbaar betrouwbaar op het hoogste bewijsniveau. Dat zegt iets over hoe goed de prothese het op de lange termijn doet, op basis van grote groepen patiënten.

Voor wie geschikt?

Een duimprothese is in veel gevallen een goede keuze, maar niet voor iedereen. Uw handchirurg beoordeelt of u in aanmerking komt op basis van:

  • de mate van slijtage op de röntgenfoto;
  • uw leeftijd en algehele gezondheid;
  • uw activiteitenniveau en beroep; actieve patiënten profiteren vaak meer;
  • de kwaliteit van uw bot (bij osteoporose worden andere afwegingen gemaakt);
  • of de naburige gewrichten ook versleten zijn (stadium 4 vereist soms aanvullende ingrepen).

Wat zegt het stadium van de artrose?

Op de röntgenfoto deelt uw arts de slijtage in vier stadia in, van beginnend tot uitgebreid. Globaal geldt:

  • Stadium 1 en 2: de slijtage is nog beperkt. Een operatie is zelden aan de orde; spalk, therapie en eventueel een injectie zijn de aangewezen stappen.
  • Stadium 3: duidelijke slijtage met vervorming van het gewricht. Bij aanhoudende klachten komt een prothese in beeld; de kwaliteit van het bot is dan vaak nog goed genoeg voor een stevige verankering.
  • Stadium 4: ook het naburige STT-gewricht is versleten. Een prothese kan nog steeds, maar uw chirurg beoordeelt of een aanvullende ingreep nodig is, of dat een trapeziëctomie beter past.

Mogelijke nadelen en risico's

Het is belangrijk om de mogelijke nadelen eerlijk te benoemen:

  • Dislocatie (uit elkaar schieten van de prothese) komt bij ongeveer 4 tot 5% van de patiënten voor.
  • Loslating van een component op de lange termijn (zelden, vaak pas na jaren).
  • Periprothetische ossificatie: extra botvorming rond de prothese.
  • Algemene operatierisico's zoals infectie, nabloeding of zenuwprikkeling. Deze zijn zeldzaam.

In het zeldzame geval dat de prothese onvoldoende werkt, kan deze altijd worden omgezet naar een trapeziëctomie. Andersom is veel moeilijker.

Het herstel, week voor week

  • Week 1 tot 2Lichte spalk. Hand boven hartniveau om zwelling te verminderen. Eenvoudige bewegingsoefeningen.
  • Week 2 tot 6Therapeut bouwt rustig op naar bewegingen zonder weerstand. Niet tillen, niet knijpen.
  • Week 6 tot 12Lichte belasting toegestaan. Knijpoefeningen voorzichtig opbouwen. Vaak weer kantoorwerk mogelijk.
  • Maand 3 tot 6Geleidelijk terug naar volledige belasting. Zwaardere taken en sport voorzichtig hervatten.
  • Na 6 maandenBij de meeste patiënten is het herstel grotendeels voltooid.

Literatuur & bronnen

De claims op deze pagina zijn gebaseerd op peer-reviewed onderzoek. Hieronder vindt u de belangrijkste publicaties. Bespreek de inhoud altijd met uw eigen handchirurg.

2023

Chiche L, Chammas PE, Vial D'Allais P, Lazerges C, Coulet B, Chammas M "Long-term survival analysis of 191 MAÏA prostheses for trapeziometacarpal arthritis" J Hand Surg Eur Vol.

12 jaar na plaatsing functioneert 88% van de MAÏA-prothesen nog steeds. Een sterk langetermijnresultaat.

Bekijk publicatie
2024

Toffoli A, Degeorge B, Cloquell Y, Teissier P, Teissier J "MAÏA Trapeziometacarpal Joint Arthroplasty: Clinical and Radiological Outcomes of 76 Patients With More Than 10 Years of Follow-Up" J Hand Surg Am.

76 patiënten met meer dan 10 jaar follow-up: de QuickDASH-score (een maat voor hand- en armfunctie) verbeterde van gemiddeld 61 naar 20. De 5-jaarsoverleving was 93%, de 10-jaarsoverleving 88%.

Bekijk publicatie
2021

Seaourt AC, Dap F, Dautel G, Athlani L "Comparison between the MAÏA Implant and Trapeziectomy for Trapeziometacarpal Osteoarthritis: Outcomes at 9 Years' Follow-Up" J Hand Surg Asian Pac Vol.

Bij een gemiddelde follow-up van negen jaar bleken patiënten met een MAÏA-prothese betere knijpkracht en een hogere werkscore te hebben dan patiënten die een trapeziëctomie ondergingen, met een kortere hersteltijd.

Bekijk publicatie
2021

Holme TJ, Karbowiak M, Clements J, Sharma R, Craik J, Ellahee N "Thumb CMCJ prosthetic total joint replacement: a systematic review" EFORT Open Rev.

Systematische review van 56 studies, samen 3048 prothesen bij 2731 patiënten. De faalpercentages varieerden van 2,6% tot 19,9%.

Bekijk publicatie