Veelgestelde vragen
De vragen die patiënten met duimbasisartrose ons het meest stellen. Vindt u uw vraag hier niet terug? Bespreek het met uw huisarts of handchirurg.
Duimbasisartrose, duimartrose, CMC1-artrose, rizartrose: wat is het verschil?
Dit zijn allemaal namen voor dezelfde aandoening: slijtage van het gewricht aan de basis van de duim. Artsen gebruiken de medische term CMC1-artrose (waarbij CMC1 staat voor het eerste carpometacarpale gewricht: het gewricht tussen het handwortelbeentje trapezium en het eerste middenhandsbeentje van de duim). In het Frans en in oudere literatuur leest u soms rizartrose. In patiëntentaal hoort u meestal duimbasisartrose of duimartrose.
Wie krijgt duimbasisartrose?
Duimbasisartrose komt vooral voor bij vrouwen boven de 50 jaar, maar ook mannen kunnen het krijgen. Erfelijke aanleg speelt een rol. Daarnaast kan het ontstaan na een eerdere val of breuk in de duim, of door jarenlange zware belasting van de duim (bijvoorbeeld in bepaalde beroepen of hobby’s).
Moet ik altijd geopereerd worden?
Nee, zeker niet. Bij veel mensen, ongeveer de helft, verdwijnen de klachten voldoende met rust, een nachtspalk, hand-, fysio- of ergotherapie en eventueel een corticosteroïdinjectie. Pas wanneer deze conservatieve (niet-operatieve) behandelingen onvoldoende helpen én de klachten uw dagelijks leven blijven beperken, komt een operatie in beeld. Uw arts of handchirurg bespreekt dit altijd met u.
Wat is het verschil tussen een trapeziëctomie en een duimprothese?
Bij een trapeziëctomie verwijdert de chirurg het versleten handwortelbeentje (os trapezium); het lichaam vult de lege ruimte in de loop van enkele weken op met littekenweefsel. Bij een duimprothese vervangt de chirurg het versleten gewricht door een klein kunstgewricht, vergelijkbaar met een mini-heupprothese. De prothese behoudt de lengte van de duim en u herstelt meestal sneller. Welke operatie het beste bij u past hangt af van uw leeftijd, activiteitenniveau en de toestand van uw bot. Op de pagina Operatie-opties leest u beide methoden uitgebreid.
Hoe lang gaat een MAÏA-duimprothese mee?
In studies werkt na 12 jaar nog ongeveer 88% van de MAÏA-prothesen goed (Chiche e.a., 2023). De prothese heeft daarnaast de internationale ODEP 7A-classificatie: een Brits kwaliteitskeurmerk waarbij 7 staat voor het aantal jaren bewezen werking en A voor het hoogste bewijsniveau. Vrij vertaald: zeven jaar aantoonbaar betrouwbaar, op basis van sterk onderzoek.
Hoe lang duurt het herstel na een duimprothese?
De eerste 6 weken draagt u een lichte spalk en doet u oefeningen onder begeleiding van een hand- of fysiotherapeut. Lichte activiteiten kunnen meestal weer rond de 6 weken; zwaardere belasting bouwt u stap voor stap op tussen 3 en 6 maanden. Veel mensen geven aan dat ze sneller herstellen dan na een trapeziëctomie. Het exacte schema bespreekt u met uw handchirurg en therapeut.
Is een duimoperatie pijnlijk?
De ingreep zelf gebeurt onder regionale verdoving (alleen de arm slaapt) of onder narcose, dus u voelt er niets van. In de eerste dagen na de operatie hebt u meestal lichte tot matige pijn, goed onder controle te houden met paracetamol en zo nodig een ontstekingsremmer. Heftige pijn is ongewoon. Meld dit altijd direct bij uw ziekenhuis of huisarts.
Wordt de operatie vergoed door mijn zorgverzekering?
Ja. Zowel de trapeziëctomie als de MAÏA-duimprothese vallen onder medisch noodzakelijke zorg en worden vergoed uit de basisverzekering. Houd wel rekening met uw eigen risico. Voor de juiste vergoeding van handtherapie kunt u uw aanvullende verzekering raadplegen of uw zorgverzekeraar bellen.
Mag ik later nog een MRI-scan met een duimprothese?
Ja. De MAÏA-prothese is MRI-compatibel onder voorwaarden (tot meestal 3 Tesla). Vertel uw radioloog wel altijd dat u een duimprothese hebt; zij beoordelen voor elke scan opnieuw of het veilig is en welke instellingen nodig zijn. Bij de ingreep ontvangt u een patiëntenkaart met de implantaatgegevens. Houd die bij u.
Wanneer kan ik weer aan het werk?
Dat hangt af van uw beroep. Bij kantoorwerk of licht handwerk kunt u meestal na 4 tot 6 weken weer aan de slag, eventueel met aangepaste taken. Bij zwaar fysiek werk (tillen, knijpen, gereedschap) duurt het 3 tot 6 maanden voordat u volledig belastbaar bent. Maak hier samen met uw handchirurg, bedrijfsarts en (hand)therapeut een realistisch opbouwschema voor.